De rol van de bekkenbodem bij de stabiliteit van het bekken en de lage rug.

Als je al eens last hebt gehad van een steeds terugkerende lage rugklacht is het goed deze informatie te lezen. Bij klachten krijg je al snel stabiliserende oefeningen waar bij de druk in de buik verhoogt met als doel de romp wat beter tegen de zwaartekracht en het eigen lichaamsgewicht te beschermen.

In je buik en romp zitten diepe spieren (diepe dwarse buikspier, de transversus abdominus en de diepe rugspieren, de multifidi). Uit wetenschappelijk onderzoek weten we inmiddels dat juist bij mensen met steeds terugkerende lage rugklachten deze spieren zijn verzwakt, niet goed voorspannen en zich niet automatisch herstellen.  Zonder dat je het weet spannen deze spieren, normaal gesproken, namelijk net iets eerder aan dan dat de spieren van de romp, armen en benen hun beweging uitvoeren. Dit noemen we het voorspannen.

Het voorspannen gebeurt om de romp te stabiliseren als de armen of benen activiteit ondernemen. De dwarse buikspier heeft maar weinig kracht nodig, maar het is vooral de timing en de dosering die van belang zijn.

Grappig is dat we ons moeten realiseren dat de dwarse buikspier de enige spier in ons lichaam is die het linker en rechter deel van het lichaam met elkaar verbindt en dan ook nog verbonden is met de diepe rugspieren.  Zo ontstaat er een soort cilinder waarin ook de wervelkolom is opgenomen.  Maar laten we niet de onderzijde van de romp vergeten waar de bekkenbodemspieren zitten. Uit onderzoek is bekend dat ook de bekkenbodem voor ongeveer 8,5 % meewerkt aan de stabiliteit van de romp.

Maar als er ergens een verstoring is in die balans, bijvoorbeeld omdat de bekkenbodemspieren overactief zijn, worden de diepe rugspieren vanzelf minder actief. De bekkenbodem en de diepe rugspier werken namelijk tegenovergesteld zoals de biceps (die de arm buigt) en de triceps (die de arm strekt).

Wat moet er gebeuren om dit evenwicht te herstellen?
Allereerst moet gekeken worden hoe en in welke mate de verschillende spieren van de romp functioneren. Vervolgens moet natuurlijk ook gekeken worden of de  bekkenbodem overactief is. In dit geval is een bekkenfysiotherapeut de aangewezen persoon om dit uit te zoeken, maar ook op sportinstituten waar men opgeleid is kan dit wellicht worden bekeken. Zij kunnen dan aangeven of een bekkenfysiotherapeut moet worden geraadpleegd. Ernstiger vormen van overactiviteit zijn vaak al met het stellen van de juiste vragen te achterhalen. De bekkenfysiotherapeut kan indien nodig verder onderzoek doen om dit vast te stellen.
Wat we al wel weten is dat intensief trainen op de fitness apparatuur vaak averechts werkt. Het is dus cruciaal dat eerst de kleine stabiliteit van de diepe rugspieren, de lage dwarse buikspieren en de bekkenbodem weer in balans zijn. Daarna kun je weer verder trainen op eigen kracht. En dat betekent vaak kleiner dan we vermoeden om die basis weer goed te krijgen.

Beginnen dus bij het begin en vaak is het een samenwerking tussen de manueel therapeut, de bekkenfysiotherapeut en de sportbegeleider, die dat mogelijk maakt.